donderdag 19 maart 2015

Markermeer en Hollands Noorderkwartier


De wind zou zondag iets meer aantrekken. Tochtleiders Martine en Heleen besloten daarom de tocht met de klok mee te varen, waardoor het zwaarste deel van de tocht, het Markermeer met aanlandige wind, op de zaterdag viel. Om daar te komen stapten we om half elf in, achter de kerk van Schermerhorn, met 12 deelnemers uit alle windstreken.

“Het ijs is nog maar net weg en jullie gaan hier peddelen?” wilde een bezorgde hondenwandelaar in Schermerhorn weten. Na twee uur relaxed varen op binnenwater kwamen we bij de inlaatsluis van Schardam. Een bewoner adviseerde ons door te varen naar de sluis verderop, waar een goede pauzeplek en een  gemakkelijke overdraagplaats zou zijn. Het eerste klopte, maar over het tweede waren de meningen verdeeld. Op een grasveldje onderaan de dijk zaten we goed uit de wind. De meegebrachte proviand en lekkernijen smaakten uitstekend en met goedgevulde magen begonnen we aan het overdragen en het instappen in de jachthaven van Schardam. Eenmaal op het open water van het Markermeer kregen we gemene golven van opzij. Voor Tjeerd, nog herstellende van een rugblessure, een goede gelegenheid om de rugpijn eruit te peddelen. Van zijn fysio had hij het advies meegekregen veel te peddelen en geen boten te tillen. “Maar zo zit ik niet in elkaar”, stribbelde hij nog tegen. Zo koersten we aan op het haventje van Edam, aangevoerd door Anita met de Zuiderzeerollen op haar voordek. In Edam hielden we, beschermd door een glazen wandje van de camping, een korte stop om te rusten, wat te knabbelen en te hozen; we hadden nogal wat golven over de boot gekregen, in mijn (Jaap) kuip stond inmiddels een flinke laag water. De sleeplijn boven het spatzeil zorgde voor een vijvertje waardoor buiswater de kans kreeg binnen te komen.

Met opnieuw verzamelde moed gingen we scheep op het schelpenstrandje, waar de branding het lastig maakte om op tijd de kuip af te sluiten voor het overkomende zwarte water. Na het bereiken van de strekdam die vanaf Marken naar het Noorden steekt, waren we uit de gevarenzone en koersten we aan op het kerktorentje. Walter verdween uit beeld en dook even later weer op, hij had een paar surfjes meegepikt. Even later kwam Monnickendam in zicht en lieten we Marken links liggen om nog bij daglicht in Katwoude aan te komen. Er stond ons nog een verrassing te wachten, namelijk hoe we van het Markermeer op de Purmer Ee terecht zouden komen omdat de sluis in de winter niet wordt bediend.

Dat bleek geen sinecure. De beste uitstap was een drijvende steiger die zoals in de meeste gevallen was ontworpen voor jachten. De klim was al moeilijk genoeg, maar toen Marco wilde uitstappen geholpen door Anita op de kant, begon de steiger te zinken en dreigden beiden in Marco’s woorden “roemloos ten onder te gaan”. Dus werd de steiger snel vrij gemaakt om een andere te zoeken, waarvan de drijver niet lekte. Na het klimmen en tillen was het nog een hele toer om de boel op wieltjes te zetten en op straat te manoeuvreren. Net op dat moment kwamen er twee jachten voorbij, op weg naar de sluis die speciaal voor hen werd geopend… Balen zeg! Hadden we maar bij de sluismeester aangeklopt, immers de lichten stonden op enkel rood wat betekent dat de sluis wordt bediend.

Het liep al tegen donker toen we van wal staken voor de laatste kilometer naar Katwoude waar de kampeerboerderij ons verwachtte. Bij het laatste licht vonden we het jachthaventje dat goede uitstapmogelijkheden bood en ziedaar: de boer stond ons op te wachten met zijn trekker die het haventje verlichtte met felle koplampen.

Een kleine vijf minuten lopen met de boten op wieltjes scheidden ons nog van de kampeerboerderij. Daar werd al snel het onderscheid duidelijk tussen de bikkels en de watjes. Laatstgenoemden (geen namen) verkozen de woonkamer als slaapplaats met zicht op  de koeienstal. We konden ons potje koken op de betonvloer in de werkruimte naast de stal. Buiten koken was geen optie vanwege de windvlagen die van alle kanten leken te komen. Er pasten geen twaalf mensen in, hooguit acht dus werd er bij toerbeurt gekookt en gegeten. Sjaak dacht even snel zijn prakkie maaltijdsoep te kunnen opwarmen maar dat viel tegen, de soep was na een verblijf van 12 uur onderdeks nog stijf bevroren! We moesten de ruimte delen met koelmachines en andere apparaten die op onregelmatige tijden aan- en afsloegen waardoor het voeren van een normaal gesprek vrijwel onmogelijk werd gemaakt. Alleen de gulle lach van Alex was boven alle geraas uit te horen. Napraten bij een borreltje in de woonkamer ging beter.

De tentjes stonden aardig te flapperen de hele nacht. Maar elk nadeel heb se voordeel, ze konden dankzij de wind droog worden ingepakt, afgezien van een paar verdwaalde druppels die tijdens het ontbijt van Martine’s pannenkoeken waren gevallen. Gewetensvraag: was het kamperen nou echt leuker of vochten we tegen het idee dat we de tentjes voor niets hadden meegenomen?

Zodra we in de boot stapten, was ieder de koude wind weer vergeten. Vrolijk gestemd peddelden we op weg naar Purmerend waarbij Pieter zijn zangkunsten vertoonde met het lied ‘Op de Step’ van Wim Sonneveld. In Purmerend vonden we een geschikte plek voor de lunch. Kees bewees met een mini espresso apparaatje uitgerust met pomp, dat je als kanovaarder geen comfort hoeft in te leveren. Vanaf Purmerend volgden we het rechte, brede Noordhollands Kanaal tussen het Jisperveld en de Beemster, beide verstopt achter rietkragen en dijken. In het dorp De Rijp hielden we andermaal pauze, op het terrein van Kanovereniging de Argonauten.

Even na vijven tikten we aan op de oever bij de kerk van Schermerhorn. Nog een laatste keer moesten de boten worden getild waarna het opruimen en opnieuw inpakken kon beginnen. Ieder had genoten en was weer een paar ervaringen rijker. De kanjer van het weekend, daar waren vriend en vijand het over eens, was Desiree die een dag eerder nog niet wist of ze de tocht zou volhouden. Martine en Heleen werden bedankt voor de perfecte organisatie, de chauffeurs voor het rijden en de caf├ębaas van ’s Lands Welvaren voor de beste chocolademelk van Holland benoorden het IJ.